maandag 22 april 2013

Werken in Brisbane

Op veler verzoek hier eens een stukje van mij (Arjen). Iedereen kan lezen over wat wij beleven hier in Brisbane, alleen kan Sandra natuurlijk niets schrijven over hoe het op mijn werk is. Eigenlijk valt het aantal Australiërs waarmee ik werk wel mee. Op ons kantoor werken ongeveer 40 mensen, waarvan ongeveer de helft uit Australië en Nederland. De rest komt uit Frankrijk, Nieuw Zeeland, Engeland, Zuid Afrika, Colombia, Zimbabwe, Vietnam en Rusland. Een internationaal gezelschap dus. En al die niet-Australiërs zijn om diverse redenen naar Australië gekomen. Aan de ene kant omdat er veel werk hier is, aan de andere kant omdat ze familie achterna gereisd zijn.

Het werken was in het begin wel wennen. Het is wennen aan een nieuw ritme met lange dagen en werken op zaterdagmorgen. De eerste weken moest ik nog weleens bijslapen op zaterdagmiddag. Ook de omstandigheden hier zijn toch anders. Australiërs zijn behoorlijk zwart/wit. Het is goed of fout. Als je bijvoorbeeld tijdens de vlucht opgeeft dat je geen etenswaren bij je hebt en bij controle er toch een verpakte mueslireep in je tas zat, dan heb je een probleem: je hebt gelogen. Had je aangegeven dat je iets bij je had en bij controle checken ze het (en het mag Australië niet in), dan lever je het gewoon in. Of dan mag het toch wel omdat je het eerlijk gemeld hebt en loop je gewoon door met je pakje gestampte muisjes, hagelslag of stroopwafels. Dat strookt natuurlijk niet helemaal met ons Nederlandse polderaars, die soms iets te praktisch zijn en overal tussendoor willen laveren. De economie drijft op de grondstoffen. Die heeft tot de economische boom geleid, waar veel mensen van profiteren. Maar deze heeft ook tot hoge salarissen geleid (ook door machtige bonden), waardoor alles duur is in Australië. En dat is ook het gevaar, want wordt het door die hoge salarissen niet veel te duur voor de rest van de wereld om Australische spullen te kopen. Maar omdat het een heel groot binnenland is, zijn ze voorlopig nog niet door de grondstoffen heen. Door die machtige bonden is het als buitenlands bedrijf wel moeilijk werken hier.

De eerste conversaties met de Australiërs hier zijn eigenlijk best wel grappig. Wij Nederlanders hebben een soort van panische angst over welke enge dieren we hier tegen kunnen komen. Dat begint al bij het zoeken naar een huis. Kom je echt slangen tegen in woonwijken en waar kun je dan beter niet wonen? En hoe zit het met spinnen? De Australiërs lachen hier om. Ja, je kunt het allemaal tegenkomen, maar het gebeurt niet vaak en het hangt ook wel af van in welke wijk je woont. Slangen heeft iedereen wel eens gezien, maar gelukkig niet elke dag. Eigenlijk kun je het wel vergelijken met het Nederlandse drugsbeleid. Voor Australiërs lijken alle Nederlanders drugsverslaafden en kun je Amsterdam niet in zonder overstelpt te worden met allerlei verdovende middelen.

Australiërs beginnen vroeg en velen gaan op de fiets of hardlopend naar hun werk. Om 6 uur 's morgens is het al een drukte van vanjewelste met sportende mensen. Ook hele pelotons wielrenners zie je langs komen en die drinken dan om 7 uur een kop koffie op een terras voordat ze naar hun werk gaan. Dat komt ook omdat het hier vroeg licht is. Nu is het rond 6 uur, maar in januari was dat rond half 5. Ergens klopt er hier dus iets niet. Ze zouden dus eigenlijk de zomertijd in moeten voeren zodat het 's ochtends wat later licht is en 's avonds ook wat langer (in de zomer gaat de zon toch ook al rond 18.30 onder), iets wat andere staten wel doen. Brisbane ligt oostelijker dan bijvoorbeeld Sydney, maar Sydney heeft in de (Australische) zomer 10 uur tijdverschil met Nederland en Brisbane "maar" 9. Het lijkt een beetje eigenwijsheid van Queensland te zijn geweest ten opzichte van de staten New South Wales en Victoria met hun grote steden Sydney en Melbourne. In ieder geval zorgt dit er hier voor dat ze met het licht leven. In de zomer dus vroeg beginnen en vroeg naar huis. De avondspits begint al voor 4 uur.

Rijden in Brisbane is leuk. Het BCD (Brisbane City District) is eigenlijk het centrum met zijn hoge gebouwen en daarom heen ligt een heel uitgestrekt gebied van aan elkaar geplakte dorpen. De wegen slingeren zich over heuvels en door bebouwing en parken geven daardoor veel mooie uitzichten maar ook het nodige bochtenwerk. Fietsen naar het werk is niet echt aan te raden. Je ontkomt niet aan de doorgaande wegen (4 baans) en die zijn te druk om te kunnen fietsen. Soms zie je een waaghals in het donker met een knipperlichtje op de weg fietsen, maar het is spelen met je leven. Fietspaden langs de weg zijn er niet (dus zie je dat er soms op de stoep gefietst wordt), maar er zijn wel officiële bikeways. Dit zijn fietspaden langs kreken en door parken die een bepaalde route volgen. Wil je dus op de fiets naar je werk, dan moet je net geluk hebben dat er zo'n route jouw kant op gaat. Anders moet je heel vroeg voor de spits weg of de hoofdwegen vermijden. Nadeel daarvan is dat je elke heuvel meepakt. Tot nu toe ben ik dus nog steeds met de auto geweest.

Zo, nu weten jullie hopelijk wat meer over mijn kant van het leven hier. Laat me maar weten of er nog andere dingen zijn die jullie willen weten over het (werkende) leven hier!

2 opmerkingen:

Sandra zei

Hé Arjen!
Leuk om iets te horen van jouw "werkend" bestaan, want uiteindelijk is dat toch de reden geweest van jullie avontuur. Vertrek jij ook zo vroeg van huis en ben je dan 's avonds bij het avondeten wel bij? Ik kan me voorstellen dat die lange dagen wel even wennen zijn, zeker in het begin als het thuis ook nog niet zo op orde is. Maar jullie komen zo langzamerhand vast wel een beetje in het ritme.
Een groet van ons hele gezin vanuit Berkel!

Geraldine zei

Leuk om te lezen Ar! Het zal best druk zijn zulke lange werkdagen en dan die zterdagochtend ook nog, maar een bijzondere ervaring denk ik zo!